EMDR bij trauma

EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing en is een therapie die we toepassen als u last blijft houden van de gevolgen van traumatische ervaringen. Dit kan zijn een schokkende ervaring, zoals een verkeersongeval of een geweldsmisdrijf. Maar ook voor andere ervaringen die veel invloed hebben gehad op uw leven zoals pesterijen of krenkingen, die in het hier-en-nu nog steeds invloed hebben kan de methode gebruikt worden.

EMDR bij andere klachten

Inmiddels is er steeds meer wetenschappelijke ondersteuning dat EMDR ook als onderdeel van de behandeling ingezet kan worden bij andere klachten. Klachten die te maken hebben met vermijdingsgedrag, somberheid en/of gevoelens van angst, schaamte, verdriet, schuld of boosheid. Uitgangspunt is telkens dat deze klachten zijn ontstaan als gevolg van een of meer beschadigende ervaringen. Daarmee worden gebeurtenissen bedoeld die dusdanige sporen hebben nagelaten in het geheugen dat u er nu nog steeds last van heeft. Voorbeelden daarvan zijn emotionele verwaarlozing, angststoornissen of een negatief zelfbeeld.
De insteek van EMDR is om u te helpen de herinneringen aan gebeurtenissen te verwerken en daarmee de klachten te verminderen.

Wat gebeurt er bij EMDR

De therapeut zal u vragen om aan een gebeurtenis terug te denken inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkingsproces opgestart. De therapeut zal vragen de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Maar nu gebeurt dit in combinatie met een afleidende stimulus. Soms is dat hand van de therapeut zijn, waarbij die zal vragen de aandacht hierop te richten en daarna de hand voor het gezicht langs, heen en weer bewegen. Een ander methode gebeurt door middel van een koptelefoon waarbij geluiden afwisselend rechts en links worden aangeboden. Na elke set wordt er even rust genomen. De therapeut zal de cliënt dan vragen wat er in gedachten naar boven komt. De EMDR procedure brengt doorgaans een stroom van gedachten en beelden op gang, maar soms ook gevoelens en lichamelijke sensaties. Vaak verandert er wat. De cliënt wordt na elke set oogbewegingen gevraagd zich te concentreren op de meest opvallende verandering, waarna er een nieuwe set volgt.